Scheiden doet leiden

Om leider te zijn moet je kunnen scheiden. En niet zo’n beetje ook. Het is een van de belangrijkste elementen van leiderschap: het kunnen scheiden en onderscheiden van wat belangrijk is en wat niet, wat jouw aandacht behoeft en wat van een ander is. Wat je kunt delegeren en wat je moet negeren. En dat je de rollen van waaruit je opereert, kunt scheiden: als je in functie bent in je leiderschap adem je andere lucht uit dan wanneer je met je buurman overlegt over het al of niet verplaatsen van een paar struiken in de achtertuin. Rolverwarring en rolonduidelijkheid zijn vaak voorkomende thema’s die nogal eens onderwerp van gesprek zijn tijdens coaching van leiders. In tijden van stress, ontslagrondes of gedoe thuis kunnen de verschillende rollen met de daarbij behorende verantwoordelijkheid nogal eens door elkaar lopen. Stress en vermoeidheid zijn dé veroorzakers van het verlies van onder-scheidend vermogen. Want dan nemen de emoties de leiding over en voor je het weet stapelen de dilemma’s zich op.

Zo ook in het gesprek met Charles, directeur Projectbureau Stedelijke Opgravingen. ‘Ik moet je zeggen, het zit me tot hier. Ik krijg nu ongeveer alles op mijn bord en zo langzamerhand weet ik ook niet meer hoe ik orde in de agenda kan krijgen. We hebben iedere dinsdagochtend MT. Ja, ik moet zeggen, ze zijn wel op tijd, om 9 uur ze zijn er alle vier. Maar dat is zo ongeveer het enige. Om half tien begint Klaas zijn telefoontjes en mailtjes te bekijken en dan hebben we nog niet de helft van de punten afgehandeld. Om kwart voor tien wordt de rest onrustig en dan heeft alles meer prioriteit dan wat ik wil bespreken. En als ik er iets van zeg word ik met mijn eigen preek om de oren geslagen!’
Hij kijkt me verward aan.
‘En hoe luidt die?’
‘De klant gaat áltijd voor...’

Ik merk dat Charles, die vervolgens opstaat en zijn jasje uittrekt, nog niet open staat om een reactie te horen. Ik weet ook nog niet wat ik ga zeggen trouwens. Ik blijf hem rustig aankijken en dat is voldoende brandstof om hem weer aan te laten slaan.
‘En dan thuis, drie pubers. Mijn vrouw werkt vier dagen als opleidingsmanager en de werkster is ziek. Kun je je voorstellen hoe dat is? Denk ik thuis een beetje bij te kunnen komen, kan ik direct uit mijn werk naar AH sjezen en de kar volladen, vooral met pizza’s, vlaflips, of hoe heten die dingen en een kratje bier. Ik ben wat, je bent toch mijn coach?’
‘Zo te zien ben je nog steeds knap geïrriteerd, of lijkt dat maar zo?’ Ik hoor mezelf dit uitspreken en realiseer me dat dit een typische coach-samenvatting is. Maar hij werkt.
‘Ja, nogal wiedes. Ik word noch serieus genomen, noch ergens gesteund en dat met een begroting waar ik echt niemand toe in staat zie om .......’

Ik onderbreek hem. ‘Charles, ik hoor dat het een grote onoverzichtelijke berg geworden is en dat je niet meer kunt bedenken hoe je het weer plat krijgt. Het wordt tijd dat we de dingen eens naast elkaar zetten in plaats van boven op elkaar. Het wordt tijd dat je leert scheiden. Ja, SCHEIDEN. Wat is van jou en wat heb je tot iets van jou gemaakt. Daar gaat het om. Zal ik nu maar de leiding nemen?’
Hij ontspant. Mooi.

‘Ga nu eerst eens goed in die stoel zitten, voel je achterste op het kussen en zet je voeten eens stevig op de grond. En doe je ogen eens dicht. Even niets. Helemaal niets’. Ik neem Charles mee op een reisje naar binnen en vooral naar de laagte. Zijn hoofd zit vol met over elkaar heen buitelende gedachten, gevoelens, oordelen, angsten en nog zo wat. Liefst zou ik hem omdraaien en leeggieten. Daar is hij, naar het zich laat aanzien, gelukkig nu zelf mee bezig. Ik hoor hem dieper ademhalen.

‘Beweeg je tenen eens een voor een, heel precies, net zolang totdat ik stop zeg’, vraag ik hem. Het is net als bij een dreinend kind: afleiding. De scheiding aanbrengen tussen hoofd en lijf. In dat hoofd gaat hij het niet oplossen. En zo lang hij daarin zit, kan ik niets voor hem doen. Al snel voel ik dat Charles rustiger wordt.

‘Vertel eens hoe is het nu?’ vraag ik na een minuut of drie. ‘Uh? Wat zeg je? Ja... beter... alleen... ik ben wel heel moe...Het liefst houd ik mijn ogen dicht’. Prima. Ik wacht. Ik weet zeker dat er weer wat komt. ‘Weet je, ik denk ineens, waar ben ik mee bezig? De redder der natie ben ik geworden! Ik werk nota bene met allemaal volwassen en bovendien hele praktische mensen samen. Niks pubers, hoewel ze meer op mijn kinderen lijken dan me lief is. Wat kan ik nu doen dat ze... gewoon, dat ze wat meer verantwoordelijkheid nemen?’ Charles doet zijn ogen open en kijkt me aan. Hij ziet er ineens heel anders uit. ‘Ik geloof dat ik iets aan het begrijpen ben. Wat zei je net over scheiden?’ ‘Scheiden doet leiden’, zei ik, ‘maar dan met een korte ei. En jij bent de leider, weet je nog?’ ‘Ja, ok, maar het punt is, ik vind het nog steeds zo leuk, die opgravingen. Weet je wat ze in Utrecht gedaan hebben? Heb je het al gezien, onder de Dom? Dat is t