Ego of Eigen?

Onlangs zat ik na afloop van een congres met collega Pieter na te praten. We hadden de hele dag geluisterd naar marketeers, PR-verhalen en successtories. Het ging erom hoe we ons, zeker in deze moeilijke tijden en met veel zoekers op de markt, beter konden profileren. Klagen hadden we al genoeg gedaan, nu was het tijd voor nieuwe acties. Volgens de diverse sprekers moesten we vooral onze droom volgen, crisis of niet. Niks ego, gewoon je hart volgen. In de loop van de dag begon mijn oude droom zich weer te manifesteren: iets met toneel, met een podium. Ik kon de bijbehorende kriebels weer voelen opkomen. Terwijl Pieter begon te somberen, zijn hoofd liet hangen en steeds meewariger begon te kijken, werd mijn enthousiasme groter en mijn stem luider. ‘Wat zit je nu suf te kijken, Pieter, vind je dit geen goed idee? Er zijn toch altijd mensen nodig die iets op een aansprekende manier over het voetlicht kunnen brengen? Of mensen aan het lachen krijgen?’ Pieter zuchtte diep en keek me indringend aan. ‘Kijk, jij hebt dus niet goed geluisterd vandaag. Weet je nu nog niet dat dit nu typisch iets voor jouw ego is. Op het toneel.. allemaal ego.’

Ik wist niet zo gauw iets te zeggen. We hadden het over profileren en nu kwam dat verdraaide ego weer om de hoek terwijl ik dacht dat ik daar nu net iets meer van had begrepen. Er zingen nogal wat definities rond met even zoveel waarde-oordelen: het ego is nodig, het ego is slecht, je kunt er te veel – meestal – of –komt minder voor – te weinig van hebben, maar iedereen heeft er een beeld bij. ‘Kijk eens wat een auto, wat heeft die vent een groot ego!’ Of: ‘Luister, zonder een beetje stevig ego komt je nooit in de RVB...’

Maar dit gold nu toch niet voor mij? ‘Hoezo égo?’ zei ik, ‘het gaat er bij het profileren toch om wat je écht wilt, dat heb jij toch ook gehoord vandaag?’ Pieter keek me nu streng vanonder zijn zware wenkbrauwen aan. Dat doet hij altijd als hij zijn zin wil hebben. ‘En dat betekent dus: niet op het pódium staan. Het is het égo dat daar wil staan! En als je iets kiest wat je echt wilt, dan hóef je niet meer op dat podium!’

Toneelspelen is mijn jeugddroom. Alleen paste een dergelijke creatieve wens niet in de droom die mijn vader voor mij en zijn andere dochters koesterde. ‘Meisjes moeten gewoon een hele goeie secretaresse worden, dan kunnen ze altijd hun eigen boterham verdienen” zo luidde zijn credo.

‘Maar ik vind het juist heel leuk op het toneel, dan ben ik in mijn element..’ wierp ik Pieter tegen. Hij schudde het hoofd. ‘Je begrijpt er niets van....het ego vóelt heel natuurlijk en dus lijkt het leuk, maar dat komt omdat het zo vertrouwd is, het ego.....’ Ik kreeg een gedegen wetenschappelijke uitleg maar ik kon er eerlijk gezegd niet meer naar luisteren. Het was net of mijn droom voor de tweede keer om zeep werd geholpen. Ego... eigen.... ego.... eigen....

Ik zat er stilletjes bij. Ik neem Pieter meestal heel serieus, maar nu vond ik dat toch knap lastig. Dus de kwestie die hier voor de zoveelste keer voor mijn neus lag was: zit ik in mijn ego of wil ik iets doen omdat dat Mij Eigen is. Eigen, zoals een spin niet anders kan dan een web weven.

Nu is er bij toneelspelen toch wel een lastige component. Toneelspelen zonder publiek, is geen toneelspelen. Dat is droogzwemmen. De kick van spelen zit ‘m in het publiek, al die ogen, al die gevoelens en meningen, die je als speler naar je toe zuigt en daarmee in jouw wereld trekt. Het publiek is het voedsel voor de speler, die op die energie kan teruggeven wat hij te zeggen heeft. Hij wil het publiek iets meegeven, iets om over na te denken, of om het denken te activeren, of om gevoelens aan te raken, of om nieuwe verbindingen te leggen.

Toen kwam ineens het beeld van mijn oud-docent Nederlands op, die op het podium onlangs honderden mensen toesprak aan het begin van de schoolreünie. Hij had de uitstraling van Gijs Scholten van Aschat en hij sprak over de kwetsbaarheid van het onderwijs. Over de schoonheid van het contact tussen leraar en leerling. Hij had niet alleen een steengoed verhaal, maar hij bracht het ook op een ongeëvenaarde indringende manier. Het was muisstil in de grote tent. Je kon de stilte haast vastpakken. Ik stond met tranen in mijn ogen naar hem te luisteren. De schoonheid van het woord gekoppeld aan de emoties die recht uit zijn hart kwamen. Was dat nu zijn ego of was dit eigen? Voor mij geen vraag, omdat ik zag dat hij helemaal in de flow was. Hij was in zijn element, in zijn natuurlijke habitus. Toen ik me daar bewust van werd, wist ik het ineens ook voor mezelf. Als ik op toneel sta, dan stroomt het, dan voel ik van die heerlijke hormonen door mijn lijf gaan en dan ben ik gelukkig.

‘Pieter, sorry hoor, ik stap maar eens op. Ik kan je echt niet volgen deze keer. Weet je, het is misschien niets voor jou, maar wel voor mij. Ik heb er gewoon zin in, ik word er warm van en ik wil mijn hart volgen. Jij moet misschien nog wat langer stoeien met je ego, maar voor mij is het duidelijk, dus tabee, je hoort van me!’