Wat hebben vrijheid, gelijkheid en broederschap ons in deze tijd te zeggen?

Vrijheid, gelijkheid en broederschap waren de leuzen en idealen van de Franse Revolutie, nu iets meer dan 200 jaar geleden. 200 jaar, wat is dat nu op de tijdlijn van de geschiedenis. Dat was gisteren ongeveer. Toen kwam het volk in opstand tegen de vriendjespolitiek, tegen de ongelijkheid en tegen de onderdrukking. Nu weten we intussen dat die revolutie bepaald niet geweldloos is verlopen, maar dat neemt niet weg dat positieve waarden/idealen er wel degelijk toe doen. Er zijn meer indrukwekkende voorbeelden te vinden waarin mensen gedreven door inspirerende idealen vrede, rust en liefde gepredikt hebben, denk aan Jezus, Ghandi of Martin Luther King, maar ook die hebben niet kunnen bewerkstelligen dat de onderdrukkende regimes van hun tijd getransformeerd werden zonder heftige strijd. Het gemeenschappelijke thema van al die voorvechters is Rechtvaardigheid, dat – o, paradox – soms met geweld moest worden nagestreefd. De drie idealen van de Franse Revolutie hebben ons ook nu nog veel te leren. Maar het lijkt wel of ze in ons bewustzijn enigszins op de achtergrond zijn geraakt. Het zijn geen toevallige kreten: ze staan ieder voor een wezenlijk aspect van een gelukkige en gezonde samenleving, of het nu een land, een relatie of een organisatie betreft. En als ze daar weer hun rol naar behoren kunnen spelen, is de kans groot dat ze hun intrinsieke belofte waarmaken.

Hoewel dit artikel lijkt te spelen op macroniveau, biedt het voor een coach een breder perspectief op de achterliggende context van waaruit de vragen van een coachee ontstaan. Nu eens geen psychologische, maar een meer sociologische invalshoek.

De filosoof, R. Steiner heeft deze begrippen begin vorige eeuw als ideaalbeeld voor een gezonde samenleving opnieuw uitgewerkt. Hij liet zien dat vrijheid, gelijkheid en broederschap ieder een eigen domein hebben waarop ze floreren. En dat ze, mits ze ieder op hun eigen terrein worden toegepast, de bloei en welvaart van iedere samenleving bevorderen. Als ze echter losgekoppeld worden van het domein waar ze thuishoren, geeft dat aanleiding voor desoriëntatie en verwarring die uitmondt in onrechtvaardigheid en maatschappelijke onrust. Met dit artikel wil ik deze oude kennis over de zoektocht naar rechtvaardigheid en daarmee naar vrijheid, geluk en liefde opnieuw in het licht zetten. Want ik ervaar, als ik om me heen kijk, de krant lees en luister naar de mensen om me heen en naar mijn coachees, op dit moment vaak verwarring en onrust. Het help me om objectief te blijven en rust te bewaren als ik de betekenis van deze drie idealen, in hun onderlinge samenhang en wisselwerking zoals door Steiner onder de naam ‘Sociale Driegeleding’ beschreven, meeneem in het gesprek.

Vrijheid zou moeten heersen in het domein van de wetenschap, de religie, onderwijs en opvoeding en de kunsten: het Culturele leven Gelijkheid oftewel Gelijkwaardigheid en Rechtvaardigheid hoort thuis in het domein van het Rechtsleven: de wetten, regels, afspraken en de overheid als de behoeder daarvan. Broederschap zou het richtinggevende beginsel moeten zijn in het Economisch leven waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten en we door handel onze menselijke behoeften bevredigen.

Kijk je naar de samenleving, dan zie je dat deze drie domeinen naast en door elkaar functioneren. Ook al zijn ze niet te scheiden, het is wel van belang ze te onderscheiden want wat in het ene domein juist goed werkt, ontspoort gemakkelijk in het andere.

Eerherstel voor Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap

Om met de laatste te beginnen: zonder broederschap verwordt het bedrijfsleven tot een arena, een strijdtoneel waar alleen de grootsten en sterksten het voor het zeggen hebben. Dat gaat niet alleen ten koste van diversiteit, kwaliteit en innovatie, maar zonder broederschap raakt de economie vast in een boksring waar iedereen met argwaan naar de ander loert: een vechtcultuur die uitmondt in een lose-lose. Wil je iets voor elkaar krijgen, iets produceren, iets waardevols verkopen of kopen dan kan dat alleen als je samenwerkt. En dat is zonder broederschap een onmogelijke opgave. Het economisch leven kan floreren als Vraag en Aanbod op elkaar afgestemd worden. Het gaat mis wanneer andere krachten, bijvoorbeeld die van egocentrisch winstbejag, de boventoon gaan voeren. Een ‘Marktmeester’, in de vorm van een rechtvaardige overheid is dan ook onontbeerlijk. Nog even los van het feit dat burgers worden geacht om moreel te handelen en verder te kijken dan alleen hun eigen onmiddellijke voordeel. De markt volledig vrijlaten is alleen om die reden al geen goed idee. Er moet dus niet alleen een voortdurende dialoog zijn tussen de marktpartijen, maar ook tussen de markt en de marktmeester –de objectieve – overheid, willen partijen optimaal aan hun trekken komen. Voor de coach betekent dit twee dingen: Je kunt bijvoorbeeld als coach nog zo’n mooie methode in huis hebben, maar als je klant net iets anders nodig heeft, dan komen jij als coach en jouw coachee niet bij elkaar. Verder is het belangrijk dat vragen van coachees nogal eens voortkomen uit z.g. markt-angst, die jij als coach, door meer begrip van ‘broederlijkheid’ in een ander licht kunt zetten.

Zodra je het ideaal van de Vrijheid loslaat op het economisch verkeer, gaat het mis. Dan wordt het: de winner takes it all, oftewel: de big five gaan ons door de strot duwen wat zij denken dat wij nodig hebben. (zie wat Google en consorten en overigens alle op aandeelhouderswaarde gerichte industrieën op dit moment met ons voor hebben). De waarheid in het economische domein is dat we elkaar hard nodig hebben. We winnen allemaal als we elkaar de bal toespelen. Een plus een is drie of meer. De economie draait op broederschap. Maar kan dat niet zonder de marktmeester: de overheid. En dat brengt ons bij…

Gelijkheid en Gerechtigheid

Zoals de gedifferentieerde belangen en verlangens welvaren in het domein van de Broederschap, zo gaat het in het domein van de Gelijkheid, het rechtsleven, over het trekken van één lijn. Regels gelden voor iedereen, groot of klein, wit of zwart, autochtoon of allochtoon, rijk of arm. Het recht. De overheid. Die zijn er voor ons allemaal. Op dit moment, in de aanloop naar de verkiezingen, dreigt dit beginsel door opportunistische populisten aan de kant te worden geschoven. Bepaalde minderheden en Vadertje Staat zouden minder invloed moeten krijgen. Dan zou het beter gaan met iedereen. Maar is dat zo? Democratie gaat over de erkenning dat de samenleving bestaat uit tegenstellingen, strijdige belangen en potentiële conflicten. En de noodzaak om die hanteerbaar te houden. Het beoefenen van de kunst om van (politieke) vijanden, tegenstanders te maken. Daarvoor hebben we, behalve de private sector, zeker ook de publieke sector nodig. De primaire taak van de overheid is om ervoor te zorgen dat er gelijkwaardigheid heerst in onze samenleving: van belangen en privileges onafhankelijke wetten en regels die voor iedereen gelden. En waarom bevordert dat de welvaart in de samenleving? Omdat er dan relatieve orde en rust heersen, waarop iedereen lange termijn plannen kan maken en durft te investeren in de toekomst. Kijk naar landen waar de overheid zich slecht van deze primaire taak kwijt en geen rechtsgelijkheid garandeert: daar regeert de angst. Het leven verwordt tot overleven. Mensen kruipen in hun schulp en weten niet meer wie ze kunnen vertrouwen. En dan komt alles, dus ook het economisch leven tot stilstand. Corruptie doet haar intrede, omdat iedereen, ook politiemensen en ambtenaren, brood op de plank willen. Bevlogen gelijkheids-voorvechters zijn daarom nodig in het sociale rechtsleven om vervolgens zowel het ontwikkelingsleven als het economisch leven te waarborgen.

Dus dit domein van regelgeving, van waaruit ook de rechterlijke macht werkt, - zij is immers rechtshandhaver - is van immens belang als het gaat over vrede, liefde en geluk. In het rechtsleven moeten we ervan op aan kunnen dat als eerste zaken transparant en democratisch geregeld worden waardoor rust en zekerheid op hun beurt gaan zorgen voor een angstvrije ruimte. Meningen zijn er te over hoe we samen de toekomst zouden moeten inrichten. Over hoe het juist wel of juist niet moet. Over hoe met het milieu om te gaan, met vluchtelingen, ander landen, met energie. De discussies daarover kunnen in vrijheid doorgang vinden, juist omdat we democratisch regels hebben - en respecteren - die de discussie hierover in goede banen leidt.

Burgers

Het vereist van ons, burgers dat wij ons niet alleen laten leiden door onze privé-belangen. We mogen eisen stellen aan politici, stemmen, ons als consument van de overheid opstellen, maar ook wordt van ons verwacht dat wij supporters van diezelfde overheid zijn. Letterlijk: steunpilaren. Want met het naar de achtergrond verdwijnen van onze ‘notabelen’, naar wie qualitate qua geluisterd werd, is hun status ook weg en zijn overheidsdienaren een schietschijf geworden voor ontevreden burgers. We doen er goed aan te beseffen dat onze overheid en dit hele rechtsleven-domein wordt bevolkt wordt door mensen die nu eenmaal fouten maken. Mensen die dit vak moeten leren. (niet zelden door coaches…) Mensen die meestal oordelen zonder alle informatie beschikbaar te hebben. Mensen die situaties onvoldoende inschatten. Zeker in deze tijd, waarin een tweet zo getwitterd is en communicatie zich razendsnel verspreidt, zijn mensen die de publieke zaak dienen extra kwetsbaar. We kunnen echter niet zonder hen en als we met respect en mededogen naar hen kijken, is het niet zo moeilijk hen een nieuwe kans te geven. Steun dus. En kritiek. Ook dat is een burgerrecht én -plicht. Het is niet eenvoudig om als hoge boom in Den Haag te staan of President van een Rechtbank te zijn. Vele mensen die bekwaam zijn om dit domein te bedienen, bedanken voor de eer. Waarom? Pispaal, meneer. Ik doe mijn best maar krijg evengoed alle shit over me heen.

Vrijheid

Het derde domein is dat van de Kunsten, de Wetenschap en het Onderwijs waar keuze-vrijheid zou moeten heersen. Daar moet ruimte zijn om vrij te experimenteren, te zoeken, te onderzoeken en uit te zoeken. Geen staatsbemoeienis over wat mooi is of niet, geen overheid die zegt wat er moet worden bekeken. Noch hoort hier het economisch principe van vraag en aanbod te overheersen: Wetenschappers pakken het onderwerp op waar ze zich intrinsiek mee bezig willen houden. Kunstenaars creëren wat bij hen opkomt als zinvol en zijn niet zelden voorloper voor nieuwe wegen en Leraren bedenken nieuwe lesmateriaal als zij zien dat hun leerlingen daar wel bij varen. Voor coaches: het domein om aan te moedigen om vooral creatief te zijn!

Want waar gaat het nu heen?

In een recente uitzending van Tegenlicht komt mevrouw Ulrike Guérot aan het woord. Zij houdt zich al twintig jaar bezig met de Europese Unie, destijds opgericht om de vrede en vrijheid in Europa te waarborgen. Hoe je er ook over denkt, het is nog niet eerder voorgekomen, dat we inmiddels zeventig jaar vrede hebben in Europa. Iedereen die in een ‘moeilijk’ land is geweest, verzucht op Schiphol: wat fijn weer hier te zijn. Ik mag hier alles zeggen, met iedereen trouwen en ik mag wonen waar ik wil. Wat ons vrijheid brengt, is zo vanzelfsprekend voor veel mensen, dat ze dat helemaal niet meer zien als iets kostbaars wat gedurende honderden jaren bevochten is. Wij kennen vanzelfsprekendheden waar in andere landen nog niet van gedroomd wordt. Deze vrijheid, vrede en verdraagzaamheid kan er zijn omdat deze drie domeinen – hoe krakkemikkig misschien ook – min of meer functioneren, ieder vanuit hun eigen set aan waarden/idealen.

Guérot laat ons zien dat, als we onze Vrijheid (met hoofdletter) willen behouden, we niet in de angst moeten kruipen en niet heel hard om veiligheid moeten roepen. Dat werkt verlammend op ons gezond verstand. En juist nu is het nodig dat we in staat zijn het belang te zien van de drie idealen van de Franse Revolutie in hun samenhang. Deze oude wijn kan heel goed vanuit een nieuwe fles geschonken worden. Het bewustzijn dat deze idealen met de nodige strijd verkregen zijn en nu bijdragen aan een leefbare maatschappij, aan vrede, vrijheid en welvaart, geeft een wijs antwoord op de uit angst twitterende verwarde medemens.

Wat betekent dit voor coaching?

Met deze driegeleding in je achterhoofd kan de coach de vragen van haar klanten ook in een ruimer perspectief zetten en de context erbij betrekken, waarin mensen in relaties, organisaties en de huidige samenleving opereren. De kennis en het doorvoelen van de werking van deze drie kernwaarden maakt dan dat je als coach anders luistert en andere vragen stelt. Willen we vrede, geluk en liefde in onze samenleving, in onze relaties en in onze organisaties, dan kun je je denkkader toetsen aan deze drie domeinen met elk hun eigen inspirerende ideaal.

Saskia Teppema