Op Zoek

Organisaties bestaan uit mensen en mensen kunnen problemen hebben. Sommige zijn werkgerelateerd, sommige vinden hun oorsprong in de privésituatie. Onmiskenbaar werken deze levensgebieden op elkaar in. Gelukkig zijn de meeste heftige gebeurtenissen van tijdelijke aard en zijn vrienden, familie en collega’s voldoende steun om weer uit het dal te klimmen. Soms is er wat meer nodig.

Ga je dan in therapie of ga je naar een coach? Als we de kromme van Gaus erop loslaten, dan is het aan de uiteinders van de boog wel helder: links een onmiskenbare hulpvraag voor therapie. Rechts een vraag over een sollicitatie of over een lastige collega: mooi voor de coach. Maar voor al die gesprekken daar in het midden loopt het knap door elkaar. Er zijn mensen die jaren bij een therapeut ‘lopen’, denkend dat ze ziek zijn en ineens door een coachgesprek in hun kracht komen. Andersom kan ook: een coach, goed in NLP en de kracht van een of andere tjakka-term, kan over het hoofd zien dat er een stevig sluimerend trauma wacht op aandacht.

Als je beroepsbeoefenaars vraagt wat het verschil is, heeft iedereen zijn eigen antwoord. Ik noem veiligheidshalve alleen deze: therapie wordt vergoed door de zorgverzekeraars en coaching niet. Nee, dan de overeenkomsten, waar ik het hier juist over wil hebben: er is sprake van een hulpvraag, de professional moet over een gedegen kennis beschikken, goed kunnen luisteren, iets, liefst veel weten van overdracht en een begeleidingsplan kunnen maken. To start with!

Van oudsher mag je je therapeut noemen na een gedegen studie psychologie. Coach ben je als je vindt dat je dat bent. Het is een ‘wild’ beroep; de voedingsbodem en de achtergrond van –goede- coaches is uitermate divers. Ze zijn dan ook niet onder een paraplu te vangen. Een coach kan zeggen: ‘Ik weet niet hoe het komt, maar als het werkt, is het goed’. Wellicht een vloek in de oren van een gestudeerde psycholoog. Die heeft niet voor niets de wetenschap in rug- en broekzak. Bij coaches speelt werk - en levenservaring en de daarop gebaseerde opleidingen een grotere rol dan de wetenschappelijke kennis.

Dit betekent niet dat coaches niet professioneel werken. Een coach kan net als een therapeut, voor iemand een wezenlijke verandering bewerkstelligen. Voor beide beroepen geldt dat ze kennis – moeten - hebben van persoonlijke thema’s en problemen die hun bron vinden in de jeugd. Voor beiden geldt ook dat ze kunnen werken met een ontwikkelingsvraag of met verlangen naar een beter leven. De persoonlijke touch en de liefde voor de mens zijn voor beiden een onmisbare basis. Er is dus op zijn minst een enorme overlap. Alleen, coaches lopen achter in de zin van: een bestaand beroep.

Therapeuten zijn al vanaf 1930 bij beroepsverenigingen aangesloten en onderwerpen zich aan kwaliteitseisen. De coach as such doet pas haar intrede in de jaren tachtig. En sinds een jaar of tien stellen de NOBCO, de NOLOC en erkende scholing -en opleidingsprogramma’s stevige eisen. De klant kan kiezen voor een gecertificeerde coach. (gelukkig ook nog steeds voor de wijze buurvrouw aan de keukentafel.)

Door verzoening tussen Psychotherapie en Coaching zouden beide beroepsgroepen veel van elkaar kunnen leren. De coach op bezoek bij de therapeut en vice versa met een grote dosis nieuwsgierigheid om elkaars werkterrein, inzichten en methodieken te verkennen. Door als coach samen te werken met psychotherapeuten –en psychiaters (!), kunnen cliënten en klanten veel beter geholpen worden. Om hen gaat het tenslotte. En misschien gaat het betalingssysteem dan ook nog op de helling.