Magisch Leiderschap

Iedereen kan de maat slaan. Maar nu nog leren muziek maken.

Aan het begin de Masterclass ‘Professioneel leiderschap voor schoolleiders’, als de groep kennis heeft gemaakt met de trainer en elkaar, komen zo’n zestien mannen en vrouwen, prachtig gekleed, met een map onder de arm de zaal binnen. Een koor. De trainer ontvangt hen hartelijk en vertelt aan de deelnemers over haar passie: pianospelen en dirigeren. Terwijl het koor zich opstelt vertelt zij waarom zij dit koor heeft uitgenodigd. Hoe een dirigent een metafoor is voor een leider. Over haar doelen met de opleiding en over wat zij samen met de deelnemers wil bereiken. Dan vraagt zij de aanwezigen wie er iets met muziek heeft. Twee mensen steken hun hand op. ‘Jullie mogen dirigeren, kom maar naar voren.’ Dirigeren van een professioneel koor! Daar droomt iedere amateurmusicus van.

Allard, die uit drie stukken mag kiezen, loopt wat verlegen met zijn armen zwaaiend naar voren. Hij kiest een koraal uit de Mattheus Passie. ‘Heb ik vaak gezongen’, zegt hij. Eenmaal voor het koor pakt hij zijn rol. Het klinkt prachtig; de koorleden hebben er zichtbaar plezier in. Na afloop applaudisseren zelfs de koorleden voor hem. Dan mag Tineke. Zij is pianiste en een ervaren kamermusicus. Zij kiest een vierstemmig lied van Brahms. Ook zij gaat op in haar rol, zij het met rode vlekken in haar hals.

De schoolleiders luisteren aandachtig en knikken de dirigenten bewonderend toe. ‘Knap hoor! Hoe je dat kunt!’ Het koor staat rustig glimlachend af te wachten met de map onder hun arm. Als het geroezemoes verstomd is neemt de trainer het woord. ‘Dank jullie wel, Allard en Tineke, hoe vonden jullie het om met professionals te werken? ‘Ongelooflijk’, zegt Allard, ‘ik ben helemaal ontroerd.’ ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ zegt Tineke, ’dat ze zo mooi zingen, en ik hoef alleen mijn hand maar op te tillen..’ ‘Is het niet geweldig om met zulke goeie mensen te werken?’ De trainer richt zich tot de luisteraars. ‘Kijk, hier staan net zulke professionals als de docenten bij jullie op school. Dat zijn ook mensen die je niets meer hoeft te vertellen. Deze muziek hebben ze zo vaak gezongen, dat ze die op ieder moment van de dag uit het hoofd kunnen zingen. Dus waarom een dirigent, waarom een leider, is dan de vraag. Die gaan we niet beantwoorden maar die gaan jullie horen.’

Dan staat Sipke op. Sipke de Jong is ver in de zeventig en al meer dan veertig jaar dirigent. Hij kent het koor net zo min als de twee amateur dirigenten. Sipke stelt zich voor en vertelt iets over de muziek, over Bach en over Brahms. Tussendoor maakt hij Allard en Tineke een compliment over hun muzikaliteit. Tot zover is het een mooi experiment maar iedereen voelt dat er nog ergens een adder onder het gras vandaan aan het kruipen is. Dan wendt Sipke zich tot het koor. ‘Willen jullie Bach en Brahms nog een keer zingen?’ Het koor gaat staan en Sipke vraagt hen een beetje te draaien. Iedereen kan Sipke nu ook beter zien. Hij heeft geen muziek nodig. Dan wacht hij tot hij alle aandacht van de koorleden heeft, pakt zijn stemvork, geeft de toon aan en dan, al bij de eerste tonen, gaat de hemel open. Hier staat een ander koor. Hier gebeurt iets magisch. Natuurlijk was het de eerste keer niet vals en ook niet ongelijk. Maar nu is er magie. De muziek heeft een andere dimensie gekregen. Het koor klinkt als een stem die van een andere planeet lijkt te komen. Sommige mensen krijgen tranen in hun ogen. Allard zit gebiologeerd naar de dirigent te kijken. Iedereen zit op het puntje van zijn stoel en probeert te volgen en te begrijpen wat het middel is dat Sipke tevoorschijn tovert. Als het slotakkoord van Bach klinkt, houdt hij zijn handen bezwerend op. Iedereen blijft stil, niemand wil deze magische stilte verbreken met ordinair geklap. Hij draait zich even naar het publiek, knikt met een glimlach en heft zijn handen weer op. Het blijft muisstil. Hij recht zijn rug en pakt de stemvork. Heel zachtjes zoemt hij de begintonen. Dan is het of Brahms zelf aanwezig is want het vierstemmig lied klinkt alsof het net gecomponeerd is, zo vers en fris. De zangers zijn een geheel met Sipke in de vloeiende dynamiek waarin de rust tussen de coupletten ook precies goed getimed is.

Als het lied afgelopen is blijft de stilte net zo lang hangen tot Sipke zijn armen laat zakken. Dan ontploft het applaus.

Als iedereen een beetje is bijgekomen neemt de trainer het woord. ‘Hier gaat het de komende maanden om, dames en heren. Hoe jullie als dirigent de professionals op jullie school magisch kunnen laten zingen. En nu is er koffie. Sipke, koor, dank jullie wel. Mensen, we gaan om half twaalf verder.’