Herboren

Ze is genezen verklaard. Een nare tumor, die zes maanden geleden per toeval werd ontdekt, is succesvol verwijderd. Gelukkig geen uitzaaiingen. Linda voelt zich letterlijk herboren. Magere Hein heeft om het hoekje geloerd maar haar niet te pakken genomen. Wel heeft hij haar stevig wakker geschud. Ze kende dergelijke verhalen uit boeken maar nu ze een glimp van hem heeftlangs zien komen, wist ze dat ze haar leven ging ge-resetten: haar baan, haar baas, haar bezigheden.

‘Ik wil het anders. Ik wil geen gedoe meer, ik wil me met de inhoud bezighouden van ons vak en niet meer met bestuurlijk geneuzel, geen vergaderingen die veel te lang duren engeen gezeur met geld. Ik ben niet voor niets schooldirecteur geworden.’

Ik zie een rustige, betrokken vrouw tegenover me. Wijs. En met lichtjes in haar ogen. Als we verder praten over haar droom, schuift er al gauw een zekere Jacques tussen. Hij is haar bestuurder. Hij komt niet voor niets ter sprake. ‘Ik heb donderdag voor het eerst weer een gesprek met hem en ik moet dat nu anders dan anders aanpakken. Ik sta altijd op scherp als ik met hem in gesprek ga, ik moet heel omzichtig en voorzichtig opereren, ik moet hem meenemen met mijn plannen want hij heeft er een pest hekel aan als hij met iets nieuws geconfronteerd wordt’.

‘Je moet?’ vraag ik. ‘Nou ja, moet… ja eigenlijk wel,’ zegt ze wat timide. ‘Wat gebeurt er als je dat niet doet?’ ‘Tja… dan uh… ja, zo doe ik dat nu eenmaal, maar eigenlijk heb ik daar helemaal geen zin meer in.’ Het hoge woord is eruit. Het klinkt behoorlijk stevig.

‘Wat voel je als je aan dat gesprek denkt?’ Het duurt even maar dan komt er van alles. ‘Onmachtig, onrustig, verward… enne… bang. Ja, ik ben eigenlijk heel bang’. Als ik doorvraag vertelt ze over de bron van haar angst. Die is oud, heel oud. Toen ze als klein kind nog letterlijk tussen haar ouders in stond. ‘Ze maakten veel ruzie. En ik trok naar mijn moeder. Als ik er was, dan ging het beter tussen hen.’

‘Jij moest je moeder redden. Als meisje van vijf, zes? En, kon je dat?’ ‘Nee, natuurlijk niet. Maar… ik geloof dat ik nu wel iets begin te snappen. Haar gezicht klaart op. ‘Zullen we even een ritueeltje doen?’ vraag ik. Ze gaat ervoor zitten. ‘Je mag het me nazeggen: ‘vergeef me dat ik zo lang geloofd heb dat ik mijn moeder moest redden’. Ze kijkt me diep in de ogen en zegt me na. ‘Dat is het! Ik ben nog steeds iedereen aan het redden. Ik moet zelfs Jacques redden… En daar stop ik mee, ik hoef helemaal niemand meer te redden!’

Het gesprek is afgelopen. We hebben de kern te pakken. We vatten nog iets samen, we herhalen het ritueel nog een keer en de spanning glijdt alsmaar verder van haar af. ‘Neem nog een uurtje en ga lekker de hei op’, stel ik voor. Als we afscheid nemen geef ik nog wel wat huiswerk, ik ben niet voor niets juf geweest. ‘Drie keer daags voor het eten: Vergeef jezelf dat je geloofd hebt dat je je moeder moest redden. Hardop. En als je de angst weer voelt dan zeg je tegen jezelf: wat geloof ik nu over mezelf?’ Lachend trekt Linda haar jas aan. ‘Wanneer kom ik weer?’ ‘Bel maar als je weer een vraag hebt. Dan ben je precies op tijd.’