Saskia Teppema
« Vorige

De ultieme vrijwilliger

Jet doet enorm haar best in het leven. Ze is de ultieme vrijwilliger. Ze werkt bij vluchtelingen en ze organiseert de scouting in haar woonplaats. Ze zorgt behalve voor haar eigen kinderen en kleinkinderen ook voor diverse kinderen van vluchtelingen. Als ik met haar iets wil bespreken over mijn neefje - hij geniet van de zaterdagse scoutingclub omdat daar altijd weer iets spannends gebeurt - dan moet ik bijna audiëntie aanvragen. Zo druk is Jet. Ze heeft haar spullen altijd voor elkaar, desnoods staat ze om vijf uur ‘s morgens op of werkt tot diep in de nacht. Op Jet kun je rekenen. Ze vertelt levendig over al haar activiteiten maar toch hoor ik altijd een ondertoontje waar ik een beetje ongemakkelijk van word. Het is dat ik zeker weet dat dat niets met mij te maken heeft, want anders zou ik me schuldig voelen. Zij doet zóveel, daar vallen mijn bezigheden bij in het niet. Wat is dat toch bij haar? Wat moet ze compenseren? Opgewekte verhalen maar… haar gezicht staat vaak boos. 

Ik zie dat haar ego met haar op de loop is. Ze denkt dat ze haar best moet doen om gezien te worden. Ze weet niet dat ze al het licht van de wereld is, zonder dat ze nachten doorhaalt en zich uit de naad werkt. Haar ego is zo hard bezig dat, mocht er een kier ontstaan waarin een andere, liefdevolle gedachte zou kunnen ontspruiten, die meteen als een val dichtklapt. Haar levensstijl is eigenlijk, ook nog met het klagen en afgeven op andere mensen, een vorm van arrogantie. Terwijl ik voel dat ze van mensen houdt. Maar het lijkt net of ze dat niet aan zichzelf wil toegeven. Haar ego voert de boventoon. Zou ze haar ego loslaten, dan voelt dat voor haar als doodgaan. Dat gevoel ken ik maar al te goed. Maar ja, dat is nu precies de bedoeling: sterven om de ware liefde de ruimte te geven. 

En net als ik over mijn eigen weg nadenk en dat proces om van mezelf te houden door me heen laat gaan, zitten we ineens na de scouting samen op een bankje in de avondzon. Daan, de eeuwig vrolijke hopman met zijn enorme schoenen, loopt op te ruimen. De kinderen zijn net naar huis, mijn neefje speelt met de bordercolli van Daan. Dan komt er uit het niets een vraag; ‘Weet jij iemand, je zit toch in de therapiehoek, iemand die eens met me wil praten? Ik heb veel te veel op mijn bord. Ik slaap slecht. Ik wil zo langzamerhand weleens wat vrije tijd. Maar iedereen heeft me nodig, ik kan niemand in de steek laten, ik …’ Ik laat haar uitpraten en kijk haar dan aan.‘Jet, wat mooi dat je dit vraagt. Ik herken dit maar al te goed. Ik heb ook zo lang mijn best gedaan.‘‘O ja? Jij? Jij lijkt me de rust zelve’. ‘Dank je. Ja, dat is nu zo, maar dat is lang niet zo geweest. Ik was overal tegelijk mee bezig en ik bemoeide met iedereen. Ik heb jarenlang van hot naar her gevlogen. Ik was nooit thuis, ik bedoel, hier thuis.’ En ik leg mijn hand op mijn hart.‘Jij? Kan ik me werkelijk niets bij voorstellen’, zegt Jet. ‘Wat heb je toen gedaan?’ 

Het werd het begin van een ontroerend gesprek. Ik kon haar uitleggen dat mijn ego lang onverzadigbaar was. Dat ik van iedereen wilde horen dat ik goed bezig was. Dat ik niet van mij zelf kon houden. Dat ik mijn ouders verweten had dat zij het te druk hadden om mij aandacht te geven. Dat ik jarenlang op zoek ben geweest naar erkenning. Dat ik er ziek van werd. Dat mijn relaties mislukten. Dat ik geen idee had wie ik in werkelijkheid was. En dat ik nu niets meer hoefde van mezelf. En dat ik gelukkig was geworden toen ik eindelijk in zag wat voor onzin ik over mezelf was gaan geloven. Dat ik me bevrijd heb van negatieve overtuigingen over mezelf en dat daardoor alles anders was geworden. 

Jet was om. Zomaar, in een keer. Ze ging het boek lezen wat ik haar had aangeraden en onze gesprekken werden pareltjes. Bij vluchtelingenwerk bleef ze betrokken maar leerde delegeren en grenzen te stellen. De scouting liet ze over aan de volgende generatie. Ze ging het gesprek aan met haar familie, die haar te pas en onpas met allerlei vragen overvielen. Jet leerde van zichzelf te houden en toen hoefde niets en niemand nog een gat te vullen. Er was geen gat meer. Ze was een vat vol liefde geworden. Toen ik haar na een tijdje weer sprak deelde ze met mij haar nieuwe motto: All you need is love. We hebben enorm gelachen daar op dat bankje aan de hei.

 

 

 

 

 

 

Klik hier om aan te passen

Er zijn nog geen berichten geschreven, doe dat hieronder
Geschreven op: 14-12-2019